Ingrid Marijcke Dümpel
(1941)
"Inge", zeggen de meesten, want ze is velen vertrouwd. Straks
is ze voor de elfde keer gastvrouwe in het Bibit-Theater van de Pasar
Malam Besar, en in al die jaren ontmoette ze honderden, of eigenlijk duizenden
mensen die daar kwamen. Het is één van haar werelden, de
Pasar Malam Besar. Ze heeft er meer, want Inge is ook radiomaakster, publiciste,
vertaalster, dichteres en schrijfster van kleinkinderboeken. Wat zijn
dat?
"Die schrijf ik voor kleinkinderen, die van mij en van andere Indische
grootouders. Om ze te vertellen wat Indië is, hoe de jeugd van een
Indisch kind in die na-oorlogse jaren was, en om Indië dichtbij te
brengen. Het is toch ook hun land."
Dat land is zeker van Inge. Ze werd geboren te Soerabaja. Haar ouders
waren beiden Indisch, en streng. Hun oudste moest het voorbeeld geven.
Uit haar kindertijd herinnert Inge zich een groot huis waarin veel liefde
was: "Na de oorlog kwamen er vaak kinderen bij ons die het moeilijk
hadden. Voor iedereen hadden mijn ouders een bed en eten. " Haar
moeder richtte een zangkoor op met kinderen uit de buurt en uit haar eigen
gezin, waarmee ze eens per maand optrad voor de NIROM (de Nederlands-Indische
Radio Omroep). Het koor zong vooral uit de bundel Kun je nog zingen,
zing dan mee. En later waren er fuifjes, met muziek en dansen.
In Soerabaja heeft Inge de oorlog meegemaakt en de Bersiaptijd. Daarna
kwam Duitsland, Nederland, een studie Engels, twintig jaar doceren. Liever
zou ze over de oorlogstijd zwijgen, maar ze is streng voor zichzelf en
vindt dat anderen het moeten weten. Daarom spreekt ze erover. Dat deed
ze bijvoorbeeld als gastspreekster bij een expositie over de oorlog in
de Eindhovense bibliotheek. Ook publiceert ze erover als gastschrijfster
van de Stichting Gastdocenten WOII, Werkgroep Zuidoost-Azie. Daarnaast
zijn er natuurlijk haar gedichten die vooralsnog alleen in bundels zijn
opgenomen.
Wat toen is geweest, ging niet voorbij. In het boek Gelders blauw.Indische
migranten in de provincie (2007) schreef ze drie artikelen over de
oorlog en de nawerking ervan, over de muziek die de Indische gemeenschap
naar Nederland bracht en de invloed daarvan op de popmuziek, en over de
visie van de tweede en derde generatie hierop. Ook schreef ze voor deze
bundel een artikel over de leescultuur bij Indische mensen.
Voor dit artikelen nam ze verschillende Indische ouderen in de Gelderse
regio interviews af. Bewogen levens, waarover nog altijd te vaak gezwegen
wordt.
De laatste jaren vertelt Inge voorzichtig over elementen uit haar eigen
leven. Half fictie, half feit, dat is een vorm die anderen respecteert.
Als te jong meisje trouwt ze in 1960 met een man die de keuze van haar
ouders is, en niet van haar. Daaruit kwam de theatermonoloog voort getiteld
Ja ik wil... eigenlijk niet" . Het zijn de laatste regels
van het gedicht Huwelijk in Soerabaja (2006). Ze voert de monoloog
op tijdens de Pasar Malam Besar (2006 en 2007), in het land en naar verwachting
in Duitsland en Engeland. De vertalingen zijn klaar.
Indië kleurt Inge's leven. Ze geeft stem aan wat geweest is en nog
steeds is. Letterlijk, in haar radioprogramma Van de Padihalmen tot
de molens dat sinds maart 1996 in de regio Zuid-Brabant wordt uitgezonden.
In haar theaterwerk, haar interviews op de Pasar Malam Besar en ook als
ze zelf zingt, al wuift ze dat woord meteen weg. Zingen, dat doen Indorockers,
vindt ze eigenlijk.
Indië is er ook op andere manieren, steeds via het literaire woord.
Ze vertaalt Indische literatuur in het Engels of Indonesisch, en uit het
Indonesisch naar Nederlands of Duits. Zo vertaalde ze voor de bundel Frische
Knochen aus Banyuwangi (2004) van Agus Sarjono twaalf gedichten.
Het is veel, en er is nog meer, maar wat als Inge nog maar één
ding mocht doen? "Dan koos ik de kleinkinderboeken," zegt ze
stellig. "Omdat ze moeten begrijpen waar opa of oma vandaan kwam
en hoe het leven daar toen was. Binnen een paar maanden verschijnt Kantjil,
de opvolger van Katek (2006). Dierenverhalen zijn het, met schitterende
afbeeldingen van Shelly Lapre erbij. Net als vorig jaar ga ik met Kantjil
ook de theaters in. Niet heel groot, maar gezellig, intiem. Voorlezen
aan kleine kinderen, ze zelf een beetje laten lezen, samen lezen over
Indië."
Inge glimlacht als ze aan de vorige voorstellingen terugdenkt. Dalang
Inge, die in een uur met deze Indische kindertjes alles ziet samenkomen:
het doorgeven van herinneringen, literatuur en het Indische dat nooit
voorbij zal gaan.
Bron: interview door de Conductrice
|