|
 |
 |
Foto afkomstig van het IIAV Beeldarchief (uitsnede)
|
|
Annie Romein-Verschoor
(1895-1978)
"[... ] voor mezelf ben ik ervan overtuigd, dat niet alleen mijn leven,
maar ook mijn levensbeschouwing anders geweest zou zijn zonder mijn Indische
jaren." Woorden van Annie Romein-Verschoor, in haar tweedelige Omzien
in Verwondering. Anders geweest zou zijn, zegt ze, ofwel: bepalend.
Anna Helena Margaretha Verschoor werd geboren in Nijmegen, op 4 februari
1895. Haar moeder Anna Helena Margaretha Brakke was onderwijzeres, haar
vader Jan Verschoor marineofficier. Hij kende Indië. Of nou ja, kende.
In zijn wereld was het een oord waarheen men uitgezonden kon worden. Dat
gebeurde ook in 1906, en deze keer nam hij zijn gezin mee. Naast zijn
echtgenote waren dat vijf kinderen, onder wie Annie. Tussen 1906 en 1910
woonden zij in Soerabaja. Vier jaren, een lange tijd voor een jong meisje.
Elf jaar gewoond in Nederland, in plaatsen als Nijmegen, Vlissingen en
Den Helder, koele nuchtere steden. En dan in Soerabaja... Alles was er
anders. Vaak ook: onbegrijpelijk. In haar roman Aan den Oedjoeng
gaf ze een geromantiseerd portret van die jaren.
In Soerabaja volgde Annie de Simpangschool en daarna de H.B.S. Lastige
geografische namen moest ze leren, maar dat leek nauwelijks moeilijk vergeleken
bij hetgeen haar meer in beslag nam. De omgang met anderen, die aan zo
veel meer regels en veronderstellingen gebonden was dan in Nederland.
Met die ene niet, met een tweede misschien en zeker met de familie van de
resident. De strenge maar niet altijd evenwichtige moeder dicteerde en
strafte.
Indië bracht nog iets anders mee dat moeilijk was voor een meisje dat
vrouw moest worden: een sfeer van "erotische spanning" zoals
ze dat zelf noemde. Leraren op de H.B.S. keken in blouses en een mijnheer
X woonde samen met een Javaanse huishoudster die bepaald meer taken had
dan alleen het huishouden doen. An schrok ervoor terug, temeer daar haar
lichamelijk 'vrouw worden' met veel pijn en ongemak kwam. Zo ontstonden
schuchterheid en een studie van de andere medemens.
In Indië begon ze ook te schrijven, meer dan opstellen en een dagboek.
Het volgende speelt in 1910:
"Ik zond een uit afgeleide motieven samengesteld verhaaltje in onder
pseudoniem, gaf de school als adres op en kreeg boven verwachting een
week of zo later van de conciërge een brief uitgereikt met een uitnodiging
aan de schrijver van het ingezonden verhaal om in de ochtenduren eens
op de redactie te komen praten. Daar stond ik. [...] Daar zat achter een
rommelig bureau een lange man met wit haar en een vuurrood gezicht ons
met verstrooide verbazing aan te kijken. Ik reikte hem plechtig zijn eigen
brief over en hij wierp er een blik in.
"Bent u... ben jij dat?"
"Ja, mijnheer."
[...] Grinnikend viste hij mijn handschrift uit de chaos voor hem, vouwde
het open, verbeterde er demonstratief een paar taalfouten in. Toen haalde
hij zijn portefeuille uit zijn zak: 'Wij honoreren die eendagsvliegen
gewoonlijk met een tientje' en met een nonchalant gebaar reikte hij mij
een krakend nieuw briefje over."
Kort daarop stond haar eerste publicatie in de Nieuwe Soerabaja Courant.
Het begin van een grote en veelzijdige loopbaan. De naam Annie Romein-Verschoor
is nog altijd bij velen bekend. Door haar huwelijk met de historicus Jan
Romein (1920), door haar vele publicaties waarvan De lage landen bij
de zee (1934) en Erflaters van onze beschaving (1938, beide
met Jan) het grote publiek bereikten. In haar dissertatie Vrouwenspiegel
(1935) komen we hier en daar romanschrijfsters over Indië tegen, maar
zij zijn niet in de meerderheid. Later keerden ze samen terug naar het
land dat nu Indonesië heette. Annie Romein-Verschoor zag een nieuwe wereld,
ze zocht niet naar het land van vroeger.
In haar herinneringen heeft de vrouw Annie teruggekeken op het kind dat
zij in dat verre Indië was geweest. Geen gelukkig meisje, dat niet. Maar
wel een kind dat door Indië geraakt werd, om daarna voor altijd anders
te zijn.
|