startpagina
startpagina nieuws namenlijst de schrijfsters de Leestrommel
J.M.J. Catenius-van der Meijden
biografie
bibliografie
rss mailinglijst

Mevrouw J.M.J. Catenius-van der Meijden
(1860-1926)

"En hoewel een huisvrouw spoediger dan een heer het Maleisch zal aanleeren, omdat de nood haar dwingt en zij verplicht is dagelijks met de bedienden te spreken, hare bevelen te geven, toch zal zij in den beginne telkens stuiten op moeilijkheden door haar gebrek aan taalkennis.
Om daaraan tegemoet te komen, ontwierp ik dit werk, dat, het zij nogmaals gezegd, geen aanspraak maakt op wetenschappelijkheid - omdat juist de spreektaal zoo aanmerkelijk afwijkt van alle Maleise taalregels - doch dat door vele dames als een welkome wegwijzer moge worden geraadpleegd.
Voor critiek buig ik gaarne het hoofd. Er zijn er velen, die 't stellig b e t e r kunnen, maar die nimmer gedacht hebben aan 'de vrouw'".

In deze woorden laat mevrouw Johanna M.J. Catenius-van der Meijden, Koba voor intimi, zich kennen. Het klassieke bescheidenheidstopos kan nauwelijks verhullen met welk een innige zelfvoldaanheid zij haar nuttige arbeid verricht, en dat was in dit geval een taalgids schrijven voor dames die naar Indië vertrokken.

Dames, dat was de doelgroep waarvoor mevrouw Catenius schreef. Zelf was zij, uiteraard, ook een dame. Haar bekendheid dankt zij aan het Groot Volledig Oost-Indisch kookboek (1902) met daarin 1381 recepten, een boek dat menig Indisch meisje bij haar huwelijk cadeau kreeg.
De opeenvolgende drukken van dit legendarische kookboek is een culinaire geschiedenis van Indië op zich. Gaandewegblijken er veranderingen en constanten in specifiek Indische recepten te constateren. Nu vallen in de eerste druk recepten op als 'Chineesche broedertjes' (p. 226), 'Kaapse Wolken' (p. 345) en de 'Koningin Emma Taart' (p. 329).
De laatste editie van het boek verscheen in 1986, dusdanig gemoderniseerd dat mevrouw Catenius hiervan nauwelijks meer de auteur genoemd mag worden.

Ondanks haar grote culinaire roem, is er nauwelijks meer iets over mevrouw Catenius bekend. Mevrouw M. Schenkhuizen uit West Covina (Canada) herinnerde zich:

"Veel kan ik niet vertellen. Maar ik heb de Heer en Mevrouw Catenius persoonlijk gekend. Ik noemde ze Oom en Tante Cat. Ze woonden toendertijd in Batoe en waren hele goede kennissen van mijn ouders, Lanzing geheten. Ik geloof dat Oom Cat in de bergcultures is geweest. Ik weet niet wat, waar, hoe. Het zijn ouder Hollandsche mensen en geheel verliefd op 't Indië van toen.
Ze zijn in Batoe (stadje boven Malang) gestorven en begraven. Oom Cat was een specialist in orchideeën. Mijn bruidsbouquet was afkomstig uit zijn tuin. Tante Cat kookte natuurlijk out of this world en we hadden 't genoegen vele malen van haar kookkunst te genieten. Eenvoudige, zeer goede en hartelijke mensen."

Toch valt uit de verschillende boeken van mevrouw Catenius enige biografische informatie te halen. Zij woonde aan het begin van de 20ste eeuw in Den Haag, onder andere aan de Zoutmanstraat 52 en de Weimarstraat 167. Verder was zij betrokken bij de ontwikkeling van haar tijd. Zo las ze het Indische damesblad De Echo, signaleerde dat veel vrouwen problemen hadden om in Indië in te burgeren en ageerde fel tegen Nellie van Kol, die ervoor pleitte kinderen al vroeg sexuele voorlichting te geven. Mevrouw Catenius zag liever dat dit aspect van het leven zo lang mogelijk een "sprookje" bleef.

In haar handboeken spreidt mevrouw Catenius een destijds gangbare conservatieve mentaliteit ten toon, waaruit duidelijk wordt hoezeer zij zich thuis gevoeld moet hebben in een beschermde Europese enclave. Europese kleding valt te preferen boven het in een tropisch klimaat zoveel gemakkelijker sarong kebaya, afstand tot de bedienden moet ten alle tijde gehouden worden en 'kazernekinderen' kunnen in een beschaafd Europees huisgezin geen plaats vinden. Europees zijn en blijven, daar ging het om:

"Ik kan de dames niet genoeg op 't hart drukken; gaat om half 6 's avonds naar de badkamer, kleedt u vervolgens en wandelt met uw man en kinderen, want men vervalt zoo spoedig in die afschuwelijke malaise: 'het is me te warm, om me te kleeden; pff! Ik ontvang van avond maar niet', en daar zit dan dat Hollandsche vrouwtje lui in een wipstoel, haar kinderen aan de genade der baboes overlatende, want zoo kan ze de straat niet op. (...) Men blijve de Europeesche gewoonten volgen om zich te kleeden en niet in luiheid en gemakzucht te vervallen."
Naar Indië en terug, p.7

Bronnen: eigen onderzoek van de conductrice. Brief van mevr. Schenkhoven aan de conductrice. Boeken geschreven door de schrijfster. De foto is hieruit afkomstig. Informatie over geboorte- en sterfjaar afkomstig van Josephine The-Postma

Laatste wijziging: 1 september 2000