Jeanne de Loos-Haaxman
(1881-1976)
"Onze eerste standplaats was Padang. Mijn man werd er griffier in een
toen nog puur Hollandse Raad van Justitie, een vergoeding in een volkomen
vreemde omgeving! [...] Padang met zijn vele Indo-families en ook met
Hollandse gezinnen, die er, hoewel met bloedvermenging, toch stevig geworteld
waren in het Padangse land, Padang was conservatief. Sarong en Kabaja,
ook slaapbroek en kabaja waren in trek en de gasoline onder druk als verlichting
was nog niet overal in gebruik."
Wanneer deze standplaats betrokken wordt, meldt Jeanne de Loos-Haaxman
niet, maar het beeld is dat van voor de oorlog, de eerste welteverstaan.
In Padang (Sumatra) woonde zij met haar echtgenoot Wolter Loos, die rechten
had gestudeerd. Samen zouden ze in totaal vier kinderen krijgen.
Na Padang volgden de plaatsen Toeloeng Agoeng, Madioen en Batavia. In
1921 reisde het gezin naar Nederland; na dit verlof volgde de jaren in
Batavia.
Of Jeanne Maria Cornelia de Loos-Haaxman, zoals zij volledig heette,
ooit betaald werk heeft verricht, is niet duidelijk. Wel dat zij een grote
liefde heeft gevoeld voor de schone kunsten, waarvan vooral de schilderkunst
haar bijzondere aandacht had. Het was ook vrijwel te voorspellen geweest.
Jeanne was de dochter van twee artistieke mensen: de schilder Pieter
Alardus Haaxman en Margaretha Ilcken, dochter van een goud- en zilversmid.
Jeanne zelf bezocht de Haagse Akademie voor Beeldende Kunsten en haalde
daar de middelbare akte tekenen en kunstgeschiedenis. Daarna liet zij
zich inschrjven aan de medische faculteit in Leiden. Hier ontmoette ze
de juridisch student Wolter de Loos. Ze trouwden in 1909.
In Batavia kreeg Wolter de Loos een onderwijsfunctie aan de Bestuursschool.
Dat gaf Jeanne de kans en contacten om haar liefde voor de kunst in daden
om te zetten. De kans kwam in 1924. Toen zag zij de collectie landvoogportretten
die zeer, zeer verwaarloosd was. Haar voorstellen aan de Gouverneur-Generaal
tot restauratie werden gunstig ontvangen: J. de Loos-Haaxman kon zich
onbezoldigd conservator van 's lands Schilderijenverzameling noemen. In
deze tijd begon zij historisch onderzoek, dat tot verschillende publicaties
leidde. Daarbij was zij secreataris van de Kunstkring te Batavia, alsook
echtgenote en moeder- dat laatste met een verscheurd hart, omdat twee
van haar kinderen in het verre Nederland verbleven. In later jaren werkte
ze ook voor de Java-Bode en gaf zij lessen in tekenen en kunstgeschiedenis.
In de vroege jaren dertig onderzocht de Kunstkring de omvang en inhoud
van het particiliere kunstbezit te Batvia. In Verlaat Rapport Indië
beschrijft Jeanne haar onderzoek dat ze samen met Maria Dermoût
uitvoerde:
"'Onderzoek in de binnenstad - Batavia- deed ik wel met wijlen mevrouw
Maria Dermoût. Zij had veel verplichtingen, ik had veel werk, maar
wij gingen gaarne als het zo uitkwam samen op stap.[...] Wij zochten ook
naar Beynons en vonden portretten [...] achter de toko van Van Breem op
Noordwijk. Op het diepe achtererf woonden twee oude dames uit de familie
Beynon, die verscheidene portretten bezaten. Er waren daar kamers aan
een doorlopende galerij, zoals in de hotels, aan weerszijden van het met
vogelkooien, bloeiende struiken en bloeiende planten in de bekende witgekalkte
potten en in de even bekende petroleumblikken dicht bezette achtererf.
't Was er knus en typisch Indisch, lief en knus als de zon scheen, triest
als de regen in rechte stralen van de golfijzeren uitsteken viel. Dan
zweeg de beo, mummelde de kakatoe in zichzelf, stak tenslotte de kop ergens
tussen de veren weg. Mevrouw Dermoût hield al deze indrukken vast.
Zij waren kostbaar voor haar. Zij beleefde ze opnieuw in haar overpeinzingen,
sprak er mij later in Holland telkens over."[p.96-97]
Eemaal terug in Nederland - Leiden - bleef Jeanne publiceren. Over de
kunsten, maar ook over bijzondere figuren in haar familie, en over haar
persoonlijke indrukken. Nadat haar echtgenoot overleden was, vond zij
een nieuwe liefde in ir.J.J.Terwen.
De erkenning van haar publicaties is groot geweest: een vorstelijke onderscheiding
en het lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde waren
niet 't minste. Haar laatste boek verscheen toen zij 91 jaar was: Dagwerk
in Indië. Jeanne Haaxman was pas 94 jaar toen zij overleed. Een
vrouw met dergelijke bijzondere gaven, capaciteiten en kennis had nog
zoveel kunnen doen.
|