Klara Smeets
(1976-)
Eduard Alfons de Leeuw, die in april van dit jaar overleed op de leeftijd
van 87 jaar, leeft verder in het leven van zijn kleindochter. Klara Smeets
luisterde naar zijn herinneringen en schrijft er gedichten over. Indische
poëzie, zoals zij een Indische dichteres is, van de derde generatie. Haar
reis naar zijn geboorteland bracht beelden in verzen:
Wanneer ik dit terugvond
hoe zou ik het zien?
Dit land dat achter is gelaten.
Hij liep voor het laatst
door deze straten met afscheid in zijn hoofd.
Nu loop ik hier met zijn verhalen.
Klara: "Dat was in Batavia. In 1995 ben ik voor de eerste keer naar
Indië, Indonesië gegaan. Het was heel bijzonder. Alles waar opa over vertelde, zag ik nu zelf. Het was ook dubbel. Ik voelde me er erg thuis, maar misschien
merkte ik juist daardoor hoe westers ik was opgevoed. Ik merkte wat ik
gemeen had met de mensen daar, en hoe verschillend we waren. Toen de maand
voorbij was, wilde ik eigenlijk niet weggaan. Maar ik wist ook hoe moeilijk
het zou zijn om, daar te wonen."
De eerste keer. Volgende maand vertrekt ze weer. Naar Indonesië, dat
voor haar Indië bevat. Het familiebezoek - met ouders en zusje - bracht
meer verrassingen. Klara zag haar moeder veranderen:
"Mijn moeder was pas twee jaar toen ze naar Nederland kwam. Ze wou
eigenlijk niet terug. Omdat ze zich weinig herinnerde, zei ze. Maar toen
we er waren... of ze een levend fotoalbum terugzag. Ik herkende mijn moeder
nauwelijks. Ze werd heel rustig, liet gebeuren wat er kwam en ze begon
spontaan Maleis met de mensen te praten."
Met haar moeder heeft Klara een bijzonder doel: de nalatenschap van haar
grootvader ordenen. Hij was een man met gevoel voor historie. Veel brieven,
foto's en andere documenten uit zijn leven heeft hij bewaard. Een leven
als een tijdbeeld. Een Indisch leven, vooral, zoals Klara zegt:
"Wij hadden een diepe band, en dat ging vooral over het Indische.
Met mij kon hij erover praten. Dan mochten de fotoalbums op tafel. Mijn
oma heeft het Indische altijd weggestopt. Ze wilde zo Hollands mogelijk
zijn. Er mocht niet verteld worden over vroeger, er mocht geen Maleis
gesproken worden en sommige vrienden die "te Indisch" waren,
mochten niet over de vloer komen.
Vervreemdend moet dat voor Klara geweest zijn om te horen, kind als zij
is van een Indische moeder, kleinkind van een Indische grootvader. Maar
ze zegt er weinig over. Alleen: "Dan dacht ik: en de Indische mensen
dan, en ik dan?" En ze spreekt enkele woorden van verstandelijk begrip
over een gezin dat in '49 naar Nederland kwam. Scherper is ze als ze het
heeft over "koloniaal racisme".
Sinds haar grootvader is overleden, is Indisch-zijn veranderd voor haar.
Klara: "Ik ben het gewoon. Het zit in me, want Opa is altijd bij
me. En ik vind het een verrijking. Mijn moeder heeft er altijd de nadruk
op gelegd, dat iedereen gelijk is, welke kleur je ook hebt. "Maar
soms zegt iemand in een winkel: 'Jij bent niet helemaal Nederlands, hè?
Dat confronteert me ermee dat ik anders ben, volgens hen. De witte identiteit
is heel exclusief, heel krap. Zodra je in een ander hokje gestopt kan
worden, gebeurt dat. En dan:"Over racisme kan ik me drukker maken
dan over andere dingen."
Klara is nu 27 jaar. Ze publiceert in toenemende mate haar gedichten.
Van de pen leven gaat nog niet. Na een studie geschiedenis werkt ze momenteel
op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Liever zou ze haar tijd besteden
aan schrijven. Poëzie, zeker. Maar ook een roman, over haar grootvader.
Misschien later. "Het is nu nog zo dichtbij."
|