startpagina
startpagina nieuws namenlijst de schrijfsters de Leestrommel
Hélène Weski
biografie
bibliografie
rss mailinglijst

Hélène Weski
(1914-2006)

"Ieder verhaal dat ik schreef is min of meer autobiografisch. Dat kan ook eigenlijk niet anders. Maar niet alles is precies zo gebeurd als ik het opgeschreven heb. Ik combineer gebeurtenissen tot een verhaal." Aan het woord is Hélène Kamper-Weski, auteur van drie verhalenromans over Indië en schrijfster van een omvangrijk journalistiek oeuvre.

Hélène Weski werd geboren op een grote suikeronderneming op Oost-Java. Om precies te zijn: in de kliniek van haar grootvader, die in de omgeving de enige arts -en dit heeft de schrijfster uitgewerkt in het verhaal 'Wie had dokter Basset willen vermoorden?'. Haar vader was Pools, haar moeder Hollands. In de Indische cultuur werd het meisje weggehouden: "Ik kan wel petjoh spreken, maar als ik dat thuis deed, kreeg ik een draai om mijn oren. Wij mochten dat niet doen. Wij moesten Nederlands, perfect Nederlands spreken." Indische schoolvriendinnen had zij wel, maar toch wortelde ze niet in het land. "Bij de meeste Nederlanders was het zo... dit was maar een tijdelijk verblijf. Dit was eigenlijk niet hun land, als je voldoende gewerkt had en voldoende gespaard had, dan ging je voorgoed naar Holland. Dat was het beeld dat je altijd had van je eigen toekomst. Op school voelde ik me anders, vanwege dat gevoel van tijdelijkheid."

Na de scholen op verschillende suikerondernemingen, bezocht ze drie jaar de HBS te Haarlem. De laatste twee jaar mocht ze tot haar grote opluchting in Malang doen. "Nederland was zo'n stijve boel."
Eind jaren '20 begon de crisis in Indië en het was zaak een snelle opleiding te volgen die uitzicht bood op een baan. Het werd een onderwijsakte. Nog voor ze het eindexamen had afgelegd, was er al een betrekking in Malang.

Kort voor de Tweede Wereldoorlog uitbrak trouwde ze met Leendert Kamper. Toen volgde de bezetting van indië. In Malang werden de vrouwen en kinderen in de woonwijken ingesloten: "We werden met z'n allen in kleine huizen gepropt. Daar zat je met dertien, twintig mensen. Toen werden we allemaal op transport gezet en naar de kampen. Ik heb onder meer in Ambarawa gezeten." Toen volgde de Bersiaptijd: "Toen heb ik in Soerabaja gezeten en Soerabaja was echt... ik noem het altijd ´de hel Soerabaja´."

Na de bevrijding kwam een wel heel onverwachte wending in haar leven: in 1946 werd Leendert overgeplaatst naar Tokio om daar diplomatieke missies te vervullen. Ze bleven er tot 1949. Moeilijk was dat kennelijk niet: "Die Japanners waren zo klein, die wisten niet wat ze allemaal doen moesten om ´t je naar de zin te maken. Ze hadden nog nooit een oorlog verloren en ze waren nergens meer. Dus dat was buigen en knipmessen."

Na Japan volgden andere standplaatsen, altijd reizen, altijd nieuwsgierig naar andere culturen, andere geschiedschrijvingen, andere kunstvormen. Enkele keren was Hélène reisleidster voor mensen uit Nederland die Indë wilden zien of terugzien.

En tussendoor publiceerde ze. In de Goudse Courant, in Moesson en uiteindelijk bundelde ze aantal van haar verhalen in drie boeken. Indië leeft nog steeds voor haar. Vijf keer is ze teruggekeerd naar haar geboorteland en iedere keer bracht dat dezelfde ervaring: "Als je aankomt op het vliegveld in Medan met die klapperbomen ernaast, dat kleine veldje waar je landen moet... dan zei ik: 'Ik ben weer thuis.'"

Bronnen: eigen onderzoek van de conductrice, voornamelijk interviews met de schrijfster. De foto is welwillend aan de conductrice afgestaan door Hélène Weski.

Laatste wijziging: 1 november 2000