Marion Bloem:
Mooie meisjesmond
Amsterdam: de Arbeiderspers, 1997
De Indische Milly is 16 jaar, houdt van eten en is verliefd op Theo. Ze komt
voor het eerst bij hem thuis...
Haar neusgaten vulden zich sinds haar binnekomst met de indringende geur van
kruidnagel, nootmustkaat en peper.
Theo schoof dichter naast haar op de bank. Omdat ze niet wilde dat hij
haar rammelende maag zou horen, kroop ze steeds verder bij hem vandaan, in het
uiterste hoekje van de sofa.
'Houd je van Hollands eten?' vroeg hij.
'Dat weet ik nog niet,' antwoordde ze, maar toen hij bleef zwijgen voegde ze
er snel aan toe: 'Ik denk het wel.'
Plotseling duizelde het haar door de overweldigende geur van gebraden vlees.
Het water liep haar in de mond. Beschaamd bij de gedachte dat hij erachter zou
komen hoe ze op de bank zat te watertanden, wilde ze in actie komen, iets doen,
maar er schoot haar niets anders te binnen dan de vraag: 'Mag ik even kijken
hoe je moeder kookt?'
Theo, die juist heel voorzichtig zijn arm om haar heen wilde leggen, schrok
op en haastte zich te zeggen:
'Natuurlijk, ga maar!' Hij liep voor haar uit naar de keuken en klopte op de
gesloten deur. Zonder antwoord af te wachten opende hij deze. Een bedwelmende
damp en warmte kwamen haar tegemoet.
De braadpan met het tot rafels gebraden rundvlees werd juist in een reusachtig
grote pan van emailleeggeschud. Het vlees leek op te lossen in oranje gekookte,geraspte
wortels, rauwe uien en gele puree. Ze keek over
de schouder van zijn moeder hoe die met een grote houten lepel het vlees, de
aardappels en de wortels zorgzaam vermengde. De lepel liet een kronkelpaadje
achter waar hij door de brij heen brak. Het verlangen om haar wijsvinger in
de pan te steken, en een lik van deze geheimzinnige boterige massa te nemen
kon ze amper bedwingen. Aan de lepel kleefde wat van het
mengsel en aan de bovenranden van de pan bleven draadjes vlees plakken die niet
in de brij werden opgenomen.
'Wil jij even roeren?' vroeg zijn moeder, 'dan pluk ik uit de voortuin rozen
voor op tafel. Theo, pak jij die grote groene glazen vaas uit de schuur.'
Ze was er goed in haar verlangens te verbergen. Het kostte haar niet veel moeite
zich te beheersen, ook al speelde ze wel met de gedachte een draadje vlees van
de rand te pakken en dit schielijk in haar mond te steken.
Ze kon de verleiding om de grote houten lepel in haar mond te nemen, of om stiekem
met haar tong langs de rand van de houten lepel te gaan weetstaan. Eigenlijk
genoot ze van de knagende honger die niet alleen in haar maag woedde, maar die
overal in haar lichaam opvlamde, en die leek op de verliefdheid die zij twee
jaar lang gekoesterd en verborgen gehouden had voor de slungelachtige blonde
jongen die nu de schuur inliep op zoek naar een vaas.
Ze snoof de damp die uit de pan sloeg diep op. De hitte deed haar gezicht gloeien.
Opeens was zijn moeder daar weer. Ze draaide resoluut het gas uit, legde een
hand op haar schouder en zei: 'Ik hoor de auto van mijn man. Ga maar vast aan tafel.'
Verlegen schuifelde ze heen en weer in het midden van de huiskamer totdat Theo
- de vaas met witte rozen in zijn beide handen - samen met zijn vader binnenj
kwam.
'Dit is Milly!'
'Dat zag ik al van buiten aan dat prachtige lange zwarte haar. Kind, wat heeft
God jou veel gegeven! Mag ik wat van je lenen?' Zijn rode gezwollen handen streken
over zijn kale hoofd. Hij had een krans van kleine vette krulletjes in een onbestemde
kleur en de rest van zijn hoofd was rood, zoals zijn handen en zijn grote neus.
Hij trok een stoel onder de tafel vandaan. 'Ga zitten, lieve kind.'
Alleen haar broertje, zus, ouders en misschien ook de opa's en oma's zouden
aan het lichte beven van haar handen hebben kunnen zien hoe ze haar gretigheid
verhulde en dat ze muisstil was opdat ze haar gulzigheid niet verraadde.
Theo's moeder schepte met een elegante zilveren lepel een berg op elk bord.
'Ons zilver wordt vanmiddag gebruikt! Dat is een eer.' lachte Theo, 'dat doet
ze alleen met Kerstmis!' Zoveel lach had ze in zijn gezicht nog nooit gezien.
Hij gaf haar een vette knipoog en vervolgde: 'Of als we belangrijke gasten hebben.
De koningin of zo.' Vrolijk zwaaide hij met zijn mes en vork. Eetlepels lagen
er niet op tafel, wat haar verbaasde, want ze had nog nooit anders dan met een
lepel warm eten naar binnen gewerkt.
'Terwijl ze toekeek hoe de vrouw des huizes een kuiltje in de oranje-gele vulkaan
op het diepe bord maakte en er goudgele jus in goot (als een kratermeer op de
Indonesische landschappen van mijn vader, die goudgeel kleurden door de reflectie van de oranje, ondergaande zon, want de zon ging
altijd onder op mijn vaders heimweeschilderijen) hield ze haar vingers krampachtig
zogenaamd ontspannen op het plastic gebloemde tafelkleed.
p. 9-12
|