Hella Haasse:
Bij de les. Schoolplaten van Nederlands-Indië
Uitgeverij Contact, 2004
Ten geleide
Oude schoolplaten en daarbij een stem die vertelt: over de herinneringen die
ze oproepen, de beelden die ze tonen en de gevoelens van vandaag. Dat is de
opzet van Bij de les. Welgekozen, en boeiend tot het laatste woord.
Zevenmaal heb ik tussen 1920 en 1938 'de bootreis' (een vast begrip!)
gemaakt, viermaal van Indië naar Nederland, en driemaal in omgekeerde richting.
Die overtochten betekenden - in elk geval na 1920, toen de nieuwe grotere mailschepen
in gebruik genomen werden - een verblijf van drieënhalve week aan boord
van bijvoorbeeld de Sibayak, de Baloeran, de Dempo van de Rotterdamsche Lloyd
(die haar vloot namen gaf van bergen in de archipel) of van de Johan van Oldenbarnevelt,
de Marnix van St. Aldegonde; of de Johan de Witt van de meer voor grote vaderlanders
geporteerde Stoomvaartmaatschappij Nederland.
Mijn vader had als hoofdambtenaar voor zichzelf en zijn gezin recht op reizen
eerste klasse. Dat kwam eigenlijk neer op wat wij nu als een cruise beschouwen:
ruime hutten, eet-, rook-, muziek- en conversatiesalons, promenadedekken, zwembad,
bediening door een stoet van djongossen, vertier in de vorm van dansavonden,
bal-masqué, wedstrijden. Men ging in avondkleding aan tafel voor het
diner.
Onlangs zag ik in een oud tijdschrift foto's van momenten tijdens zo'n bootreis.
Vrouwen in lange sluike jarendertigjaponnen, met permanent-wave-kapsels, en
mannen in dinner jacket leunen - een glas in de hand- tegen verschansing of
bar, of converseren beschaafd in ruimten die (voor alle nieuwe mailschepen)
door de bekende beeld~nd kunstenaar Lion Cachet ontworpen zijn. Het licht wordt
er weerkaatst in glanzend houtwerk en in het brons van decoratieve sculpturen.
De dagen werden doorgebracht in dekstoelen of op het voor sport gereserveerde
gedeelte van het schip. Bedienden gingen op vastgestelde tijden rond met sorbet
of bouillon. Kleine kinderen hadden onder goed toezicht eigen speelruimte. Grotere
kinderen profiteerden van de onvermijdelijke luwte in het ouderlijk gezag. Mijn
laatste reis maakte ik als twintigjarige. Ik was te oud voor de tieners, en
te jong voor de volwassenen, meest echtparen, mensen van middelbare leeftijd.
Maar de scheepsbibliotheek bleek rijk voorzien van goede boeken, zoals recente
uitgaven van Nederlandse en buitenlandse literatuur. Wat mij betreft had de
overtocht langer mogen duren!
Terugkijkend kan ik haast niet geloven dat ik dat alles als vanzelfsprekend
heb beleefd en aanvaard. De 'wekelijkse; boot' was een belangrijk gegeven in
het Indische bestaan.
Het vliegverkeer stond nog in de kinderschoenen, alleen brieven konden na 1937
mee met de luchtpost.
Indrukwekkend was altijd weer het afscheidsritueel wanneer er een boot vertrok.
De passagiers hingen over 'de verschansing en gooiden rolletjes serpentine naar
de samengepakte menigte wegbrengers op de kade. Die hondetden smalle repen van
gekleurd papier braken wanneer het schip zich van de wal losmaakte.
Toen MENNO zijn plaat schilderde bestond die gewoonte nog niet. De passagiers
moeten hier wachten tot de lading aan boord is.
p.25 bij een schoolplaat 'Aan de kade te Tandjong Priok'
|